Aanmelden
E-mail:

Wachtwoord:

Registreer
Wachtwoord vergeten?
Nieuwsbrief
Navigatie

Wormen


Algemeen

Wat verstaan we onder 'wormen'?

Wat kan u er zelf aan doen?

Wat vertelt u uw apotheker?

Wat kan uw apotheker voor u doen?

Wanneer naar de huisarts?

 

                           


Wat verstaan we onder 'wormen'?

Wormen zijn parasieten. Ze hebben met andere woorden het lichaam van een mens of dier nodig om te kunnen overleven.

Er bestaan heel wat soorten wormen. We kunnen ze indelen in twee grote families: de rondwormen en de platwormen.
De bij de mens meest voorkomende wormen zetten we hier even op een rijtje:

  • De lintworm behoort tot de familie van de platwormen.
    Een lintworm is wit-geel van kleur en kan zes meter lang worden. Hij bestaat uit verschillende stukjes die elk 1 tot 3 cm lang zijn.
    Bij besmetting (door het eten van rauw gehakt) treft u deze stukjes aan in de stoelgang. Er zijn weinig andere klachten, tenzij af en toe wat maag- of darmlast.
  • Aarsmaden zijn rondwormen.
    Het zijn kleine geel-witte wormpjes van 0,5 tot 1 cm lang.
    Ze komen vooral voor bij kinderen en geven jeuk rond de anus. Ze zorgen doorgaans ’s nachts voor jeuk, aangezien ze dan naar buiten komen om eitjes te leggen. Doordat kinderen gaan krabben, komen de eitjes onder de nagels terecht. Deze eitjes kunnen nadien overal blijven aankleven en anderen besmetten. Door aanraking van de mond kunnen ze namelijk onbewust worden ingeslikt.
  • Spoelwormen zijn rondwormen.
    Ze hebben een lichtgele tot roze kleur. De worm kan 3 tot 6 mm dik en 10 tot 30 cm lang worden.
    Bij besmetting vind u de worm of stukjes ervan terug in de stoelgang. Vaak geeft de worm aanleiding tot diarree, verstopping of buikpijn. De besmetting wordt veroorzaakt door slecht gewassen groenten of fruit die op besmette grond geteeld zijn. In België komt de worm weinig voor. Een besmetting wordt doorgaans opgelopen in het buitenland.
  • Honden- en kattenspoelworm; dit zijn ook rondwormen.
    Ze worden 2 à 3 mm dik en 8 à 18 cm lang.
    Een besmetting is moeilijk te herkennen, aangezien de worm niet terug te vinden is in de stoelgang. Soms geeft dit aanleiding tot koorts, buikpijn of kriebelhoest. Een besmetting kan u oplopen door in aanraking te komen met besmette stoelgang van honden of katten, bijvoorbeeld na het leegmaken van de kattenbank. Kinderen lopen het soms op in de zandbak.
 

Wat kan u er zelf aan doen?

Het is vooral belangrijk om enkele hygiënische maatregelen in acht te nemen:
  • Was regelmatig uw handen. Zeker nadat u naar het toilet ging of wanneer u uw baby een nieuwe luier aandoet.
  • Was zeker ook uw handen na het verversen van de kattenbak of het oprapen van hondenpoep.
  • Leer uw kinderen om de handen te wassen na het spelen in een zandbak.
  • Knip uw nagels en die van uw kinderen kort.
  • Was regelmatig de billetjes van u kind. Zeker wanneer het besmet is met de aarsmade.
  • Was ook het beddengoed en ondergoed op voldoende hoge temperatuur (min. 60°).
  • Ontsmet mogelijk besmette materialen zoals speelgoed, deurknoppen, WC-bril en verschoningskussen.
  • Was of schel rauwe groenten en fruit zeker alvorens ze op te eten.
 

Wat vertelt u uw apotheker?

Vertel vooral wat uw voornaamste klachten zijn.
Mocht u de worm hebben teruggevonden in uw stoelgang, beschrijf dan hoe die eruit ziet.
Probeer indien mogelijk een deel van de worm op te vangen in een potje. U kan hiervoor speciale containertjes verkrijgen in de apotheek.

 

Wat kan uw apotheker voor u doen?

Er bestaan twee verschillende producten voor de behandeling van worminfecties:

  • Een lintworm wordt behandeld met niclosamide.
    Het is vrij verkrijgbaar in de apotheek.
    Tijdens de behandeling moet het gebruik van alcohol vermeden worden. Niclosamide is niet actief tegen rondwormen. Een eenmalige behandeling volstaat meestal. De dosis is afhankelijk van de leeftijd (2 g voor volwassenen; 1 g tussen 2 en 6 jaar en 500 mg voor kinderen jonger dan 2 jaar).
  • Aarsmaden en spoelwormen worden best behandeld met mebendazol.
    Ook dit is zonder voorschrift in de apotheek te verkrijgen.
    De dosering en het aantal maal dat u het moet gebruiken hangt af van het soort worm waarmee u geïnfecteerd bent. Uw apotheker kan u hierover het nodige advies geven. U mag mebendazol niet gebruiken tijdens het eerste trimester van uw zwangerschap.
 

Wanneer naar de huisarts?

De meeste worminfecties die in België voorkomen zijn onschuldig van aard. Toch kunnen ze voor het nodige ongemak zorgen en het is het niet altijd even makkelijk om vast te stellen om welke infectie het juist gaat. We raden u zeker aan een arts te contacteren in volgende gevallen:
  • Wanneer u niet zeker bent om welk soort worminfectie het gaat.
  • Wanneer het een worminfectie bij kinderen jonger dan 2 jaar betreft.
  • Wanneer u zwanger bent.
  • Wanneer de infectie steeds weerkeert.
  • Wanneer een zelfzorgproduct niet blijkt te werken.
  • Wanneer u bijkomende maag- of darmklachten heeft.
 
 Vraag steeds het advies van uw arts en/of apotheker!